Wanneer je op een onbewolkte avond naar de hemel kijkt, dan zie je na verloop van tijd heel wat sterren verschijnen. Het lijken vaak onooglijk kleine stipjes te zijn, maar in werkelijkheid zijn het reusachtige hemellichamen met een ongeziene omvang en temperatuur, die licht, warmte en andere elektromagnetische stralen uitsturen in de ruimte. Het is door de enorme afstand tussen onze aarde en die sterren dat we ze slechts zien als kleine lichtpuntjes... Nochthans is er een ster in onze buurt waarvoor we helemaal geen moeite moeten doen om ze waar te nemen... overdag althans. Het gaat hier om dé ster in ons eigen zonnestelsel: de zon. Samen met 7 andere planeten draait onze Aarde rond die ster, en profiteren we dagelijks o.a. van haar uitgestraalde licht en warmte. Meer zelfs, zonder de zon was er van leven op Aarde geen sprake... | |
Laat ons even beter kijken naar die zon, hoe zo'n zonnestelsel ontstaat, en waar we dat in het heelal moeten positioneren...
| Het heelal |
Alles wat we kunnen waarnemen, alles wat er is, maakt deel uit van het heelal.
Het heelal is ontiegelijk groot. In fysische termen is het heelal een opsomming van alle materie die er bestaat en de ruimte waarin alle gebeurtenissen plaatsvinden of kunnen plaatsvinden.
| Maar hoe is het heelal ontstaan? Daar zijn in de loop van de jaren verschillende theorieën rond opgebouwd, maar de meest aanvaarde is de Big Bang-theorie. Volgens die theorie verschenen in een gigantische explosie opeens tijd, ruimte, massa, straling, krachten en natuurwetten. In het begin was het heelal ontzettend heet en de dichtheid was enorm. Naarmate het heelal echter groeide en afkoelde, kon dit alles zich organiseren tot wat het nu is. Toen het heelal in voldoende mate was afgekoeld, werden atoomkernen gevormd. Atomen ontstonden toen atoomkernen en vrije elektronen samengingen. Die atomen liggen op hun beurt aan de basis van het ontstaan van de sterren en sterrenstelsels. |
| Een sterrenstelsel |
| Een sterrenstelsel is een grote verzameling sterren die zich op relatief “geringe” onderlinge afstand bevinden. In elk sterrenstelsel bevindt zich behalve sterren ook o.a. gas en stof. Het systeem wordt bij elkaar gehouden door de eigen zwaartekracht. Sterrenstelsels hebben doorgaans een spiraal, schijf- of bolvormige structuur, met daaromheen een bolvormige halo waarin de zwaartekracht ook nog invloed heeft. Een voorbeeld van een sterrenstelsel is de Melkweg waarin ons zonnestelsel zich bevindt. | |
| Ons zonnestelsel |
Een zonnestelsel is een verzameling van hemellichamen bestaande uit een centrale ster of dubbelster met daaromheen planeten en dwergplaneten met hun eventuele manen en eventueel planetoïden en kometen.
De volgorde van de belangrijkste hemellichamen in ons zonnestelsel is als volgt:
De zon (staat centraal) > Mercurius > Venus > de Aarde met maan > Mars > een planetoïdengordel > Jupiter > Saturnus > Uranus > Neptunus > en de dwerplaneet Pluto > de Kuypergordel

Ons zonnestelsel - Bron: NASA
Zoals je kan zien is de zon het centrale punt in ons zonnestelsel. Alle andere hemellichamen draaien er in een baan omheen. Afhankelijk van de stand (rotatie) van de Aarde kunnen wij vanuit België de zon zien (overdag) of niet ('s nachts).
Het is dus niet zo dat de zon beweegt in een baan om de Aarde, hoewel we dit zo waarnemen vanaf de oppervlakte van de Aarde. Die foutieve interpretatie wordt veroorzaakt door de schuine stand en het draaien (in tegenwijzerzin) van de Aarde. Als gevolg daarvan zien wij de zon (in wijzerzin) opkomen en ondergaan.
De zon
De zon is dus veruit het belangrijkste hemellichaam in ons zonnestelsel. Niet alleen is ze het grootste (ze bevat 99.9 % van alle massa van het zonnestelsel) maar ze was ook cruciaal in het ontstaan van het zonnestelsel en in het ontstaan en onderhouden van leven op de aarde.
De zon is ontstaan uit het samenkrimpen van een grote interstellaire gaswolk onder invloed van haar eigen zwaartekracht. De gaswolk bestond voor het grootste deel uit waterstof (H) en helium (He), de meest voorkomende elementen in het heelal. Door het inkrimpen van de wolk werden temperatuur en dichtheid in het centrum ervan steeds hoger, tot deze zó hoog werden dat er
kernfusie mogelijk werd. Met als gevolg van die kernfusie dat de zon licht en warmte uitstraalt. Lees meer over de kernfusie in “Energie van de zon”.
Op deze manier straalt de zon al 5 miljard jaar stabiel licht en warmte uit. Bovendien is er in de kern nog voldoende waterstof voorhanden voor nog eens 5 miljard jaar. Daarna zal de zon onstabiel worden, en in enkele stuiptrekkingen gasschillen afstoten, waarna de overblijvende kern zal uitdoven en achterblijven als een witte dwerg.
Bronnen - Meer info: |



De zon ... een ster


